Wat je kunt leren van het FYRA-fiasco over ‘go/no-go’ beslissingen

Sein groen - 2
Het zal niemand de afgelopen weken ontgaan zijn dat de hogesnelheidstrein FYRA letterlijk op een zijspoor is gezet. De problemen met deze trein stapelden zich maar op. Deuren die niet altijd open gaan, treinen die halverwege de rit urenlang stil komen te staan, ritten die helemaal uitvallen (tot wel 85% op een dag) en plaatwerk dat bij sneeuwval al rijdende loslaat.

En dit alles leidde weer tot vertragingen, ontevreden klanten die te laat op hun afspraak kwamen, klanten die überhaupt geen vertrouwen meer in de dienst hadden en weer met de stoptrein, bus of auto gingen en uiteindelijk het verbod van de Belgische autoriteiten om commerciële ritten op hun speciale hogesnelheidslijn (de HSL4) te rijden; alleen testritten zonder passagiers zijn nog toegestaan.

De FYRA krijgt pas weer een groen sein voor het hervatten van de dienstregeling wanneer zij kan aantonen dat er sprake is van “een stabiel product dat goed kan blijven rijden“, aldus een woordvoerder van NS.

Bij mij roept zo’n ferme uitspraak dan direct een aantal vragen op:
Maar wanneer is het product dan stabiel?
En wanneer rijdt het dan goed?

  • Als 85% van de testritten zonder vertraging wordt uitgevoerd?
  • Als de vertraging tijdens testritten maximaal 5 minuten bedraagt?
  • Als de treindeuren in 99 van de 100 testritten gewoon open gaan?
  • Als …?

Kortom, hoe gaat men bepalen of het sein groen wordt of rood blijft?
Immers, de woorden ‘stabiel’ en ‘goed’ laten nog erg veel ruimte voor interpretatie door diverse belanghebbenden, zoals fabrikant, spoorwegen, veiligheidsinstanties en reizigers. En voor je het weet verzanden ze straks met z’n allen in ‘welles-nietes’ discussies, of laten ze zich leiden door emoties of druk van buitenaf.

Hieronder mijn 5 tips voor het FYRA-project om straks tot een objectieve ‘go/no-go’ beslissing te komen:

  1. Bepaal wat ‘stabiel’ en ‘goed’ precies inhoudt in de gegeven situatie.
  2. Bepaal voor beide welke meetbare normen moeten worden gehaald.
  3. Bepaal hoe getest gaat worden of aan die normen wordt voldaan. En hoeveel testritten minimaal uitgevoerd moeten worden om tot betrouwbare testresultaten te komen.
  4. Bepaal wie of welk gremium op basis van de testresultaten de eindbeslissing neemt en wanneer.
  5. Laat in geval van een groepsbesluit vooraf bepalen welke beslisregel van toepassing is, bijvoorbeeld meerderheid van stemmen of unanimiteit.

Heb jij nog andere tips voor projecten om tot objectieve ‘go/no-go’ besluiten te komen in? Laat het ons weten en laat een reactie achter.

No comments yet.

Leave a Reply